banner

4 mei Dodenherdenking
 

De Verzetsgroep

In januari 1943 werden de verzetslieden Evert van 't Land, Evert A. Blom, Willem Oxener, Klazinus J. Busser, Hendrik Liefers en J. van Beek door de bezetter beschuldigd van overtreding van de voorschriften van de wapenverordening. De verzetsgroep hield zich bezig met hulp aan joodse onderduikers en geallieerde piloten. Door verraad werd de hele groep gearresteerd. In afzonderlijke processen werden zij ter dood veroordeeld en gedeporteerd naar verschillende kampen.

Op 7 januari 1943 werd Evert van 't Land als eerste gearresteerd. Hij had een groente- en fruitkwekerij annex boerderij. Vanaf 1942 verleende Van 't Land onderdak aan twee joodse echtparen. Ook fungeerde zijn boerderij als doorgangsadres voor onderduikende joodse mannen en jongens, die na verloop van enige dagen of weken weer verder trokken. Op 7 januari 1943 werd de boerderij van Van 't Land door de SD overvallen en omsingeld. De joodse onderduikers werden als eerste opgepakt. Evert werd bij thuiskomst gearresteerd. De joodse onderduikers hebben de vernietigingskampen niet overleefd. Evert werd na een verblijf van een paar maanden in het Huis van Bewaring in Arnhem naar kamp Vught vervoerd. Evenals de andere leden van de verzetsgroep werd hij ter dood veroordeeld. Hij kwam terecht in een Duits concentratiekamp. Vermoedelijk is hij na de bevrijding overleden en begraven in een massagraf. Opsporingspogingen van de familie hebben geen resultaat gehad. Officieel is Evert van 't Land opgegeven als vermist.

Twaalf dagen na Evert van 't Land werden schoenmaker Evert Blom en zijn zoon Hans opgepakt door de SD, in hun huis aan de Dorpstraat 70 in Beekbergen. Ze werden vastgezet in het Huis van Bewaring in Arnhem. Na een paar weken op brute wijze te zijn verhoord werden zij overgebracht naar kamp Vught. In mei 1944 werd Evert Blom in Utrecht ter dood veroordeeld. In afwachting van de voltrekking van het vonnis werd hij vastgezet in de gevangenis in Scheveningen, beter bekend als het Oranjehotel. Na de invasie van de geallieerde legers in Normandië kwam hij terug in kamp Vught. Kort daarna werden hij én zijn zoon Hans, die al die tijd in Vught verbleef, op transport gesteld naar het concentratiekamp Oraniënburg. Vader en zoon hebben elkaar daar weer ontmoet. Blom is later nog op transport gesteld naar Bergen-Belsen waar hij vermoedelijk op 31 mei 1945 is overleden. Zijn zoon Hans heeft eind april de beruchte dodenmars gelopen van Oraniënburg naar Schwerin. Nadat hij op 3 mei 1945 met enkele anderen de groep had verlaten, is hij ontdekt door SS'ers en doodgeschoten. Hans Blom is in een massagraf begraven.

Op 20 januari 1943 werd Willem Oxener gearresteerd op last van wapenbezit. Hij werd opgesloten in de gevangenis in Arnhem. Op 6 maart 1943 werd Oxener overgebracht naar kamp Vught. Hij werd daar tewerkgesteld in een werkplaats van de Philipsfabriek. In mei 1944 werd hij in Utrecht ter dood veroordeeld. Daarna is hij vastgezet in de gevangenis in Scheveningen. Na de invasie in Normandië werd hij op transport gesteld naar het concentratiekamp Neuengamme. Volgens het slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting is hij daar overleden op 27 december 1944.

Hendrik Liefers werd gearresteerd op 22 januari 1943. Liefers kwam via Arnhem en de kampen Amersfoort, Vught en Kassel in het concentratiekamp Brandenburg terecht. Daar is hij op 18 maart 1945 om het leven gekomen en begraven. Later is zijn stoffelijk overschot overgebracht naar Ereveld Loenen.

Ook Klazinus Busser werd gearresteerd op 22 januari 1943. Hij werd na zijn arrestatie via Apeldoorn naar Arnhem vervoerd. Na zware verhoren werd hij overgebracht naar kamp Vught, van waaruit hij naar Scheveningen werd vervoerd. Hier vonden weer lange verhoren plaats, waarna hij ter dood veroordeeld werd. Hij werd op transport gesteld naar het concentratiekamp Buchenwald. Klazinus Busser is daar op 10 februari 1945 om het leven gekomen.

De vier andere mannen die met het monument worden herdacht, hoorden niet tot de verzetsgroep rondom Evert van 't Land.

Piet H. Kaars Sijpesteijn stond in verbinding met de Ugchelense arts G.P. Duuring om aspirant-Engelandvaarders te helpen. Eind maart 1942 is zijn huis door de SD en de Ordnungspolizei (de Grünen) overvallen. In de gang werd een tas gevonden met belastende gegevens. Piet, zijn vrouw en een lid van de groep die op bezoek was, werden gevangen genomen. Piet Kaars Sijpesteijn bezweek uiteindelijk op 19 februari 1943 in het concentratiekamp Vught.

Gerard Tijhof zette zich in voor medeburgers die moesten onderduiken. Hij verstopte ze op de vliering van zijn huis. Rond augustus/september 1944 werd hij gearresteerd en van huis weggevoerd. Er wordt aangenomen dat hij is verraden. Zijn vrouw heeft één keer een teken van leven gekregen in de vorm van een brief uit concentratiekamp Amersfoort. Dat was op 21 december 1944. Daarna is nooit meer iets van hem vernomen. In het slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting staat vermeld dat hij op 3 mei 1945 is omgekomen in concentratiekamp Neuengamme. Op deze plaats is Gerard Tijhof ook begraven.

De Beekbergenaren Jan Barendsen en Jan Schut werden op 2 oktober 1944 samen met zes anderen gefusilleerd op het terrein van het Apeldoornsche Bosch (nu 's Heerenloo, daarvoor Groot Schuylenburg).

Jan van Beek is de enige van de verzetsgroep die de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. Ernstig verzwakt keerde hij na de bevrijding terug uit een concentratiekamp.

J. Stufken en G. Davelaar kwamen om het leven tijdens de politionele acties in het voormalige Nederlands-Indië.

Het uitsteken van de Nederlandse vlag op 4 mei ter herdenking van de doden behoort halfstok te gebeuren van 18.00 uur tot zonsondergang (circa 21.10 uur). Zie het vlaggenprotocol.

Copyright Ⓒ Stichting 4 en 5 mei Beekbergen

wageningen webdesign